’t Is binnenkort weer eens Vaderdag, zo’n dag waarop je extra in de verf moet zetten hoe blij je bent met je papa, hij die met je ravotte als kleine telg, kokhalsde bij je vuile pampers, je na twintig jaar nog steeds zijn kleine meid noemt en met een kijvende vinger klaar staat als je weer eens te laat thuis bent, voor mij echter duwt het me met de neus op het feit, dat ik dit alles nooit meer zal hebben.
Papa is net 11 jaar dood, even lang als hij heeft moeten strijden en met elke verjaardag gaan weer kostbare herinneringen verloren, ik koester dan ook de weinige flashbacks die zo nu en dan de kop opsteken: papa die na een grote portie mosselen steeds zijn broeksknop openzette om er toch noch een beetje bij te proppen, hoe hij steeds vloekte in het Duits, we samen in de auto datzelfde tapeje van Clouseau meekeelden en hoe trots hij was als zijn haar na een chemo- kuur weer teruggroeide. En het is stout om te zeggen, maar ik raak zo gewend aan zijn afwezigheid, dat ik hem niet actief meer mis. Ik zeg natuurlijk bij tijd en stond wel eens: ‘moest onze papa hier geweest zijn hé…’ en lach de droefheid dan gauw weer weg. Ik was amper 8, naïef en onwetend, ik begreep niet goed wat er allemaal gaande was en had niet verwacht dat ondanks papa “een beetje ziekjes was” hij de strijd zou verliezen. Maar hij was wel de man van mijn leven, je kent dat wel papa is je eerste grote liefde, “ik ga met papa trouwen” vloeide menige malen over mijn kleine rozige lipjes. Samen geniepig chocolade uit de kast stelen, papa rond mijn kleine vingertje winden, een boeketje pisbloempjes voor hem plukken en een plets op de poep als ik het weer maar eens te bont maakte
Ik had hem graag aan mijn vriend voorgesteld, ze horen zeveren bij een pint voor den tv, zien hoe papa me moest loslaten voor een nieuwe grote liefde. En dan zou ik hem stevig omarmen en zachtjes fluisteren in het oor “maar niemand kan Mosselkes eten zoals u hoor papa”
Abonneren op:
Posts (Atom)