knock knock it's me

knock knock it's me

De dag van vandaag


Om op een dag als vandaag te schrijven
Schrijven met de woorden in de lucht die wervelen om hun as
Luisteren naar de zeewind die het strand net blaast
Kijken hoe de witgrijze lucht van helderheid schrijnt
Zo zal ik op een dag als vandaag schrijven, om vandaag niet te verliezen…

zondag 22 november 2009

dinsdag 3 november 2009

Nooit verder dan een dag

Mag ik u prooien,
u prijzen,
in u naar woorden en akkoorden zoeken,
u kussen?
Liefde spijzen
Je berispen zonder wijzen,
Want dat is onbeleefd

Ik zal zingen,
waarnaar je luistert
ik zal zijn,
waarnaar je zoekt
Ik krul je letters
Sier je zinnen
Meng me ongevraagd
uitgedaagd
Als schaduw in jouw dans

Maak me
oud en wijs
met denkrimpeltjes
en kus me het grijs
van mijn kruin
laat onze wandelstokken
versmelten,
herboren in elkaar
sluiers en schillen zijn
geen dingen die we willen

jij, mijn horizon
nooit verder dan een dag.

woensdag 16 september 2009


hij danste me naar Venetië

zaterdag 22 augustus 2009

jij vlezig cliché


Oh, jij vlezig cliché
ogend door merg en been
ik verzet je jouw zinnen
en vrij je op papier

en je kneed me en knecht me
Slaaft me en vlecht me
Doorheen jaren van verliezen,
hart en verstand.

vreet me en verteer me
lust en blust in mij
ik zweef en weef
gedachten uit het grijs

van jij van mij en ik van jou
en hoe jij dan zei,
“ik lief je vrouw”
En je ontroert me de mond

Ik verlies me,
En kies je telkens weer
Want, wat is wind zonder haren
Een zee zonder baren,

Liefde zonder haten
Zo verlies ik me,
En kies ik je telkens weer,
jij mijn vlezig cliché


Nota: weer een liefdesgedichtje, maar: "mijn pen schrijft, waar mijn hart van vol is!"

zondag 16 augustus 2009

Zinnenspelende liefde

Vervoeg me
Niet ik, maar wij
Verzin me niet
Ontleed me
Ontkleed me
Taal me
Waar ik de woorden niet vind
Lijf me in uw leden
Waar je me kleden zal met woorden
Onderstreep me
Haal me niet door
Intoneer me
Imponeer me,
Inhaleer en “haal me aan”
Ik ben je bijzin
Zinderend
En zindelijk
Leid ik u in
Jij, mijn hoofdzin!
En verliefdheid tussen haakjes

dinsdag 11 augustus 2009

Mijn abonné préféré



ik zou me willen kleden, willen opmaken zoals mijn binnenkant eruit ziet, zoals mijn ziel schreeuwt naar haar favoriete lipstick, ik zou mijn angsten willen tekenen en mijn kracht willen aantrekken, mijn liefde en passie opsteken en mijn trots en jaloezie willen omhangen, kousen van woede en een gebreide trui met grote gaten voor mijn intelligentie. De leukste grappen zal ik snoeren, rond borsten vol gedichten en ik hul me in krantenpapier, zodat ik immer boeiend blijf. Elke ochtend zou je me lezen en mag ik zonder excuus bij je in bed. Je morst wat koffie op mijn hoeken, en plukt de kruimels van mijn literaire bloot. Na dagelijkse vleespartijen draag ik je als een zegel op mijn hart, als een ring om mijn vinger,als een moedervlekje op mijn huid, ik ben stapel op jou en daardoor kan ik nu zo hoog reiken. In je gezicht, in je lichaam, zoals je loopt en ligt en eet en leest, heb je de trekken van liefde aangenomen. En op het einde van de dag trek ik mijn angsten uit, want ik hoef je niet te vrezen, morgen zal jij me weer lezen! Mijn abonné préféré

Veel liefs,
Jouw groen blaadje.

dinsdag 28 juli 2009

verkankerd in mij




liefde bloeit,
waar leven snoeit,
de mooist rozen uit de struik

wonden likken,
waar doornen prikken,
wast de tijd er ze weer uit

ik kan nog slechts fragmenten tellen,
waar heden verleden voorbij wil snellen,
met elke zucht ik meer vergeet,
van flarden en scheuren die ik nog weet

Tussen poppen en pannen,
Papa’s kommeren en kwalen,
Kietelbuien, bedverhalen.

Tussen kots en valse haren
Waar schoenen strikken,
problemen waren

Tussen niet weten, wat wel wist
Doorheen de woede en gemis
Zonder afscheid, geen gedag
Voor de dood die ik niet zag

Doorheen jaren, is gesleten
Geur en stem al reeds vergeten
Sloot mijn ogen, en vergat
De kleur die papa’s ogen had

dinsdag 14 juli 2009

what's love got to do with it


Think of it, what’s your definition of love? is it a burden of the heart or the meeting of two souls on lover’s lips?


Love is full of contradictions
Love is ecstacy and agony. Freedom and imprisonment. Belonging and loneliness
It’s what keeps us together, when life tears us apart
Love can be the best thing and the worst thing that ever happens to you, it is a minefield, you take a step and get blown to pieces, put yourself back together again and stupidly take another step. I guess that’s human nature, it hurts so much to be alone that we'd all rather blow-up than be single. But it’s worth the risk, the day you get that first kiss of the one who’ll plant a seed in your heart and make it blossom to the fruit of pure passion, that day you’ll understand what I mean, what I feel, how I blossom because of him.

donderdag 9 juli 2009

Kan goedkope Pritt oude vriendschappen nog lijmen?



Het is zomer, de wereld lonkt, het gras hoort te kietelen tussen mijn schurftige tenen,de frisse duvel zou me moeten doen zweven in het gezelschap van vriendschappelijk gelach, maar ik voel me bitter alleen. Ik heb een schat van een vriend, mijn steun en toeverlaat, waar ik het reuze mee heb, aan liefde geen tekort, maar ik mis de onbezonnen kinderlijke vriendschappen die ik had in mijn jeugdjaren. Toen samen naar de markt gaan een hele belevenis was, je hun foto’s met goedkope Pritt op je agenda of map kleefde en ook al kwam je op maandagmorgen met kleine oogjes het klaslokaal binnengeslenterd, je werd altijd vrolijk begroet door een bende joepie-lezers met sappige roddels in de aanslag. Maar op een dag laten papa en mama eindelijk het handje los, is de speelplaats vol bekende gezichten een aula vol schimmen en zit je vast in de echte wereld. Je hele wereld staat op zijn kop en je moet opnieuw als een kleine meisje op haar eerste schooldag, een eigen plekje gaan veroveren. Van de hele resem vrienden van op de middelbare school blijft nog een waas over, zo nu en dan een vluchtig gesprek op msn of een herinnering die me kortstondig aan het lachen brengt, maar de hartelijkheid en speelsheid van weleer lijkt te zijn verdampt en dit niet door de opwarming van de aarde.
De meeste mensen lopen in en uit je leven, maar alleen vrienden laten diepe voetstappen achter in je hart, hier en daar zie ik nog een teendruk, maar het pad kan ik al lang niet meer volgen. Doorheen de tijd heeft het zand zijn spel gespeeld en lijkt het landschap me weer onbekend. Uit het oog, uit het hart?, maar lang nog niet vergeten!

Ode aan mijn 27 klasmakkers, die jarenlang mijn dagen kleurde en nog steeds de collage op mijn kast opfleuren! (ook gemaakt met goedkope Pritt weliswaar)

Wind doet liefde waaien

De man aarzelde toen hij zijn huis verliet, zoals zelfmoordenaars aarzelen net voordat ze van een dak springen. Hij knoopte zijn dikke jas strakker rond zijn lichaam en trok zijn muts tot over zijn oren. De tijd was gekomen zich weer eens buiten te wagen. Hij had een jaar gerouwd, maar uitgerekend nu, in dit jaargetijde trok hij op pad. De ziekte van zijn vrouw had haar vorige herfst van het leven beroofd. Hij had nog met haar gewandeld door het park; ze had naar de bladeren gekeken die van de bomen vielen en ze vergeleken met haar eigen leven. Dat had hem een brok in zijn keel bezorgd, maar dapper had hij met haar meegedacht: zou ook zij ooit door de wind worden meegenomen? Liefst wilde ze gecremeerd worden en uitgestrooid, vertelde ze hem. Hij moest haar na haar dood toevertrouwen aan de wind, zodat ze net als de bladeren kon vrij zijn, dansen en op avontuur kon trekken, daar waar de wind har zou brengen. Hij ging akkoord en toen ze in oktober stierf, liet hij haar cremeren. Het was ingetogen begrafenis, met veel tranen en weinig woorden. Er was familie aanwezig van haar kant en ook van de zijne, maar de dood sloeg er niet in beide kampen te verbroederen. Er heerste al jaren een rivaliteit die nergens op was gebaseerd, maar die ervoor zorgde dat tijdens de receptie na afloop aan de ene kant van de zaal haar verwanten stonden en aan de andere kant de zijne. Hij liep er zelf druk tussen heen en weer, om zich ervan te vergewissen dat alles naar wens verliep. Ook op dagen dat de dood de overhand heeft, moet alles perfect zijn geregeld. Dat zou ze zo gewild hebben.
Toen hij na afloop alleen naar huis liep, de urn onder de linkerarm geklemd, waaide er een gure wind, die hem angstig maakte, bladeren kronkelden hun baan door de lucht en deden een macabere dodendans Hij kreeg het niet over zijn hart haar nu uit te strooien. Er viel regen die hem tot op zijn hemd doorweekt maakte en toen hij thuiskwam in het lege huis, dat nog steeds rook naar haar dood en stof, voelde hij de neiging zichzelf in het ligbad te verdrinken. Dat was de plek waar zij het leven had gelaten, toen hij even naar de winkel was, omdat hij dacht dat het beter met haar ging. Bij terugkomst trof hij haar dood aan in bad, met haar armen en een deel van haar bovenlichaam over de rand, alsof ze nog een laatste poging had ondernomen er nog uit te klimmen.
Sindsdien kwam hij het oude huis niet meer uit. Eten werd gebracht door zijn broer, die jonger was en meer van de wereld en een nicht van zijn vrouw kwam geregeld langs om hem te helpen met schoonmaken en andere huishoudelijke taken. Beiden drongen ze erop aan dat hij naar buiten ging, frisse neus halen en even uitwaaien, ‘Dat is gezond voor je,’ zei zijn broer, maar over gezondheid had de man niet te klagen. Ziektes zaten niet in de familie, in tegenstelling tot de familie van zijn overleden vrouw, waar een punt was bereikt waarop er meer stierven dan dat er bijkwamen, de levensbalans was volkomen uit evenwicht. Telkens antwoordde de man dat hij blaakte van gezondheid en dat hij uit vrees voor ziekte en de dood, de deur niet meer uit zou gaan; daarvoor was hij te bang. Deze angst bezorgde hem een probleem dat hem wekenlang wakker hield: hij had zijn vrouw beloofd haar as uit te zullen strooien, op een dag dat er veel wind was. De man zette de urn op de eettafel, alsof het een bloemstuk was. Zijn broer vond dat een lugubere plek, maar maakte er vanwege de wankele toestand van de weduwnaar toch maar geen opmerking over. Elke keer als hij langs kwam om te eten, stoorde hij zich aan de urn op de eettafel, maar deze ergernis stond volgens hem in schril contrast met het leed dat zijn broer had overvallen.
Elke dag herinnerde de urn de man aan zijn belofte, maar hij had de moed niet zich buiten te wagen om aan het laatste verzoek van zijn vrouw te voldoen. Hij nam zichzelf voor, omdat hij wist dat de situatie moest veranderen, haar in de herfst uit te strooien, precies een jaar nadat hij haar in bad had gevonden. De symboliek daarvan sprak hem aan, al wist hij niet in hoeverre de symboliek een doel had. De man vertelde aan niemand dat hij zijn huis op die dag wilde verlaten, omdat het dan zo definitief klonk. Hij begon wel heimelijk een en ander voor te bereiden, want de dag dat hij zijn huis zou verlaten, was voor hem de angstigste uit zijn leven en hij wilde niets aan het toeval overlaten. Vandaar dat hij de nicht van zijn gestorven vrouw verzocht een dikke jas te kopen, vele malen dikker dan de jas waarin hij de avond van de crematie naar huis was gelopen. Verder liet hij haar uitleggen hoe hij moest breien. Zijn vrouw had daar erg van gehouden en haast altijd zat ze breiend naast hem op de bank. Het geluid van haar breinaalden die tegen elkaar tikten, werd door de jaren heen voor hem het geluid van hun liefde. Hij genoot zeer van het simpele gegeven dat ze al jaren samen op de bank zaten. Hij las een boek of keek tv terwijl zij lustig breide. Al die jaren had hij zich nooit verdiept in de technische kanten van haar arbeid: hij had geen idee hoe hij moest breien en achteraf speet hem dat zeer. Waarom toonde hij zo weinig interesse in haar werkzaamheden? Nu wilde hij goed maken wat misschien niet meer goedgemaakt kon worden. Hij breide talloze schapenwollen mutsen en zijn breitechniek werd gaandeweg het jaar steeds beter. De nicht van zijn vrouw vroeg: ‘Waarom brei je alleen mutsen? Probeer eens sokken!’ Maar de man was bezig met die ene dag waarop hij aan het verzoek van zijn vrouw zou voldoen. Hij had niet zomaar een muts nodig om zijn angst voor de wind en de kou te bezweren. Nee, de beste muts moest hem daarbij helpen.
In het jaar dat hij in huis bleef, gebeurde er weinig in zijn leven. Iemand die binnen blijft, beleeft zelden hoogtijdagen. Hij had hier geen moeite mee; zijn enige ambitie was zijn vrouw uit te strooien op een winderige dag. Die ambitie zag hij als zijn ultieme levensdoel. Hij was al oud, vond hij zelf. Lichamelijk nog niet versleten, maar sinds de dood van zijn vrouw wel geestelijk verslagen. Hij miste haar meer dan hij had kunnen vermoeden toen ze ziek was. Hij was sterk in die periode, sterker dan hij misschien kon zijn. Achteraf dacht hij dat dat de reden was geweest voor de enorme klap die hij had gekregen na haar crematie. Maar hij moest wel sterk zijn voor zijn vrouw, want hij wilde haar niet het idee geven dat ze hem in de steek liet door te sterven. ‘Ik wil je niet verlaten,’ zei ze op die dag in de herfst toen hij haar voor de laatste keer meenam naar het park. Ze was toen al zozeer verzwakt, dat ze volledig op hem steunde. Hij zoende haar en drukte haar tegen zich aan, terwijl zijn ogen zich vulden met tranen. Hij wilde echter niet dat ze hem zag huilen; sterk moest hij zijn! Toen zij vroeg of hij verdriet had en wees op zijn betraande ogen, gaf hij de schuld aan de bittere koude. Sindsdien herinnerde de kou hem aan zijn vrouw. Daarom verliet hij zijn huis niet meer in de herfst van haar dood en toen de winter kwam, werd hij al helemaal huiverig om naar buiten te gaan. Hij zette de verwarming in zijn woning zo hoog, dat er kloven in zijn lip verschenen van de warmte. In de lente en de zomer bleef hij al volledig ontheemd was aan het matschappelijke leven en de buitenlucht. Zelfs de ramen zette hij niet open. De nicht van zijn vrouw deed dit vaker stiekem, omdat het huis langzaam begon te ruiken naar een geur die ze maar niet thuis kon brengen en die de man niet kon ruiken.

2

De aarzeling om zijn voet over de drempel te zetten, wekte zijn woede, maar ook zijn schaamte op. Nadat hij de muts over zijn oren had getrokken, opende hij de voordeur voor het eerst in een jaar met het idee naar buiten te zullen gaan, in plaats van iemand binnen te laten. De wind trok aan zijn jas, toen hij zijn eerste stappen buitenshuis zette. Het was minder koud dan hij had gevreesd; maar de wind waaide hard, zoals hij had gehoopt. Onder zijn arm klemde hij de urne. De man had vooraf nauwkeurig nagedacht waar hij zijn vrouw aan de wind toe wilde vertrouwen. Hij had lange tijd gedacht dat het park daarvoor de ideale plek was, omdat ze daar de bladeren had zien wegwaaien en het idee bij haar was ontstaan om uitgestrooid te worden. Maar het park vond hij te weinig recht doen aan het vrolijke dat haar leven had gekenmerkt, aan het fijne dat hun liefde had getekend. Hij herinnerde zich buiten de stad een plek waar hij en zijn vrouw vroeger heimelijk kwamen, en waar ze elkaar beter hadden leren kennen. Het was in de buurt van een kasteel. Daar wilde hij heen, ook al was dat meer dan een half uur lopen en lag het plekje bovenop een berg.
Zijn muts paste precies; het bezorgde hem een goed gevoel dat hij erin was geslaagd zich te specialiseren in iets waar zijn vrouw erg van had gehouden. Zijn gevoel was goed die dag, want hij overwon goedgemutst zijn angst om naar buiten te gaan en dat deed hij voor zijn vrouw. Was er een groter teken van zijn liefde? De grilligheid van de natuur zorgde ervoor dat de wind, die al hard waaide, nog meer aanzette tijdens de wandeling van de man. Hij moest veel kracht leggen in zijn passen, want de wind joeg hem tegemoet, alsof hij hem tegen wilde houden. Als zijn muts niet zo goed op maat was gemaakt, was hij wellicht afgewaaid. Onversaagd stapte de man door, met de urne onder zijn linkerarm geklemd, precies zoals op de avond na de crematie. Maar hoe anders waren zijn passen nu! Hij had een richting in zijn leven, een doel. De urne woog als niets, hij vergat zelfs dat hij hem droeg. Hij werd eraan herinnerd toen de wind eenmaal zo woest blies, dat de urn lichtjes onder zijn arm uitschoof. Toen sloeg de angst de man op het hart, maar al snel vergat hij de dreiging, doordat de urn een jaar op zijn eettafel had gestaan, was hij er zo aan gewend, dat hij de aanwezigheid ervan als vanzelfsprekend aannam.
De man raakte, toen hij bijna de plek had bereikt, buiten adem. Zijn krachtige passen waren verdwenen en ervoor in plaats was een haastige ademhaling gekomen die hem een kwetsbaar gevoel gaf. Hij begreep waarom hij zo’n moeite had met de wandeling, over een afstand die hij vroeger rennend af had kunnen leggen. Het afgelopen jaar had hem zijn goede conditie ontnomen. Op basis van zijn grote wil om aan het verzoek van zijn vrouw te voldoen, slaagde de man er desondanks in de plek te bereiken waar hij vroeger vaak met haar was geweest. Het was in de tuin van een bescheiden kasteel dat al decennialang verlaten was, maar toch nog werd onderhouden. De tuin was even fraai als de man zich herinnerde, al stond er vanwege het jaargetijde niets in bloei.
Op het landgoed van het kasteel, moest hij nog zeker een kilometer lopen voordat hij aan zou komen bij de precieze plek die hij voor ogen had. Dat was nog niet alles: hij moet nog talloze treden op, want de plek lag op een berg die niet eens heel hoog was, maar wel steil. Vroeger was hij er een keer in geslaagd zijn vrouw alle treden op te dragen, maar nu kostte het hem zoveel moeite zichzelf omhoog te slepen, met een onrustige ademhaling die hem alle kracht ontnam, dat hij vreesde de top niet te zullen halen. Hij slaagde hierin echter wel en trok, toen hij de laatste paar treden besteeg, zijn muts nogmaals over zijn oren, want op de hoogte waarop hij zich nu bevond, was het kouder dan beneden. Hier was het zo koud als hij vooraf had gevreesd. Ook waaide het harder, maar dat schonk de man slechts voldoening. Hij nam de laatste tree met een gevoel van triomfantelijkheid dat hem voor even zijn concentratie ontnam. Hij gleed uit, maar slaagde erin niet te vallen en in plaats daarvan zijn evenwicht te herstellen. Hij zwaaide hierbij met zijn armen, waardoor de urn, waarvan hij de aanwezigheid alweer was vergeten, op de grond viel. Voordat hij de grond raakte, merkte de man zijn fout op, maar hij kon niets meer doen en zag hoe de urn neer smakte op de grond. Onmiddellijk vloog de as, dat een jaar gevangen had gezeten, mee op de wind. De wind blies het in de richting van het bos dat aan het kasteel grensde en de man keek het na, totdat het was vervlogen. Toen staarde hij naar de scherven van de urn, waarvan de kleinste scherven ook door de wind mee werden genomen. In dezelfde richting als de as was verdwenen. De man die de kou nu meer dan ooit voelde, dacht niet meer na. Hij nam een aanloop en sprong, zonder enige aarzeling, in de richting van waar de wind hem leiden zo, zijn grote liefde achterna.

dinsdag 9 juni 2009

Vaderdag

’t Is binnenkort weer eens Vaderdag, zo’n dag waarop je extra in de verf moet zetten hoe blij je bent met je papa, hij die met je ravotte als kleine telg, kokhalsde bij je vuile pampers, je na twintig jaar nog steeds zijn kleine meid noemt en met een kijvende vinger klaar staat als je weer eens te laat thuis bent, voor mij echter duwt het me met de neus op het feit, dat ik dit alles nooit meer zal hebben.
Papa is net 11 jaar dood, even lang als hij heeft moeten strijden en met elke verjaardag gaan weer kostbare herinneringen verloren, ik koester dan ook de weinige flashbacks die zo nu en dan de kop opsteken: papa die na een grote portie mosselen steeds zijn broeksknop openzette om er toch noch een beetje bij te proppen, hoe hij steeds vloekte in het Duits, we samen in de auto datzelfde tapeje van Clouseau meekeelden en hoe trots hij was als zijn haar na een chemo- kuur weer teruggroeide. En het is stout om te zeggen, maar ik raak zo gewend aan zijn afwezigheid, dat ik hem niet actief meer mis. Ik zeg natuurlijk bij tijd en stond wel eens: ‘moest onze papa hier geweest zijn hé…’ en lach de droefheid dan gauw weer weg. Ik was amper 8, naïef en onwetend, ik begreep niet goed wat er allemaal gaande was en had niet verwacht dat ondanks papa “een beetje ziekjes was” hij de strijd zou verliezen. Maar hij was wel de man van mijn leven, je kent dat wel papa is je eerste grote liefde, “ik ga met papa trouwen” vloeide menige malen over mijn kleine rozige lipjes. Samen geniepig chocolade uit de kast stelen, papa rond mijn kleine vingertje winden, een boeketje pisbloempjes voor hem plukken en een plets op de poep als ik het weer maar eens te bont maakte 
Ik had hem graag aan mijn vriend voorgesteld, ze horen zeveren bij een pint voor den tv, zien hoe papa me moest loslaten voor een nieuwe grote liefde. En dan zou ik hem stevig omarmen en zachtjes fluisteren in het oor “maar niemand kan Mosselkes eten zoals u hoor papa”
U bent meester van de woorden die u niet hebt uitgesproken
en slaaf van de woorden die u zich wel hebt laten ontvallen.

dinsdag 24 maart 2009

kaas met gaatjes ;)

Voor mijn pad het jouwe kruiste, had ik van liefde geen kaas gegeten.
Ik strompelde maar wat, bij jou kan ik flaneren, ik voelde niets, nu voel ik wat ware liefde zou moeten heten. Tot op een dag, een zachte kaasgeur mijn neus tot orgasmische hoogtes bracht, en voor me stond jij met een oogverblindende lach. Een verschijning zo onbekend en innemend tegelijk. Je sprak geen woord, maar stilte naast jou voelde even mooi dan praten.
Ik las je ogen, je lach en was volledig verknocht aan dit nieuwe hoofdstuk van een nog ongeschreven boek. Onzeker over hoe de plot zou lopen nam ik de pen in mijn hand en liet me blindelings geleiden, door mijn hart, door jouw hand, elk woord door en voor jouw geschreven. Ik verlangde naar je, elk sproetje op jouw snoetje was een zaad van mijn voorbestemde honger naar u. Ik wil smullen van uw verpakking, van uw inhoud, daar waar emotie en genot hand in hand samengaan. Ik wil u voelen, beroeren, je gaar koken in kussen, ik wil je bezetten als een stilstaande maan, altijd bij je wakker liggen, ik wil elke kwelling van je gemoed plunderen; me verhangen in je stem en aanraking, nooit meer verliezen wie je bent...
en daar vinden wie ik ben...

zaterdag 21 februari 2009

je suis inconnue

Wie ben ik?


goede vraag, eentje waarvan ik het antwoord elke dag beetje bij beetje bijschaaf en dat nog deels moet worden uitgevonden. Ik ben mezelf, voor zover dat in onze maatschappij kan, ik heb een naam die op zich staand niets betekent en die ik met vele anderen deel. Zeven letters vol levenslust, twijfels, eigenwijsheid, uitspattingen, een geven om, nostalgie en puurheid
Ik leef het leven de ene keer in kleine letters de andere keer in GROTE… maar nooit alleen.
Ik was ooit datgene dat ik nu veracht, maar ik leer en onthoud, redeneer en concludeer en tracht de beste “ik” te zijn die ik kan zijn. Ik streef naar een eerste klasse versie van mezelf, niet naar een tweederangs van een ander, maar de verleiding durft al eens om de hoek te loeren. Ik ben in een voortdurende tweestrijd: optimist of pessimist, verlegen of eerder grof gebekt. Ik zei vroeger steeds: “ik leef van conflict, het houdt me bezig” en zo nu en dan vind ik nog een fossiel van die oude filosofie van me. (fossielen horen thuis in een museum!) Soms ben ik koppig, met een eigen venster, met een schattig roze raamkozijn waarmee ik uitkijk op de wereld, wat ik zie probeer ik te vatten en bekijk ik kritisch. Ik heb twee kritische blauwe kijkers die niet altijd even goed hun werk doen, en die mezelf vaak viseren. Ik ben diep van binnen nog steeds dat kleine mollige meisje met het dikke rode krulhaar, dat zichzelf bezag als het plebs en zich ook zo gedroeg.
Maar mensen veranderen, maken keuzes, ontmoeten zielsverwanten die inzichten brengen die je door het eigen raamkozijn nooit zag (te vuile ruiten misschien?). Mijn wereld draait, niet om mezelf, maar omdat de natuurwetten dat zo voorschrijft. Wat mij aan het spinnen brengt?
Hemelse noten, waar woorden emoties soms niet kunnen vatten lukt het hen wel, zonder rond de pot te draaien. Poëzie, want taal is het machtigste dat wij als mens bezitten en ons onderscheidt van de dieren. Liefde, iets puurs dat ik pas heb leren kennen, liefde is voor mij een levenswijze, de ene is rocker, straight edger, ik ben liefde. Ik leef het elke dag met gemak dankzij mijn liefste die me de liefde liet proeven als een ware delicatesse en niet als portie junk food. Kindjes, onze toekomst, onze hoop, die frisse wind die ons jong houdt, de onschuld zelve met dat pittige scherpe kantje. Ooit zal ik voor frisse briesjes zorgen, door (moeder)liefde voort geblazen, een mooie mengeling van een hem & een haar. Ik wil zorgen voor de verandering die ik in onze huidige wereld mis…
Gitaar, een puur instrument, warme volle klanken verbonden met mijn gevoelige snaren, een eer om te mogen liefkozen, maar moeilijk te bespelen.
Psychologie, want ik ben een mens met vragen, natuurlijke nieuwsgierigheid, empathisch, met twee helpende handen en stevig schouders. Ik heb in mijn leven al meer geleerd door te luisteren dan door zelf te spreken. (je hebt dan ook maar één mond en twee oren)
En als laatste geluk, geluk is voor mij een goede gezondheid en zo nu en dan een slecht geheugen, om uitglijders te vergeten, geluk is datgene dat je met iedereen wil delen waardoor het zich vermenigvuldigt. Zo dit ben ik, 19 levensjaren samengevat in 605 woorden, hierbij neem ik voorlopig afscheid van u allen, maar vrees niet, Dali schonk ons de wijsheid: “Elk afscheid betekent de geboorte van een herinnering”. Een gezegde die een bijzonder iemand me in het oor fluisterde, waarna haat om een heengaan stilletjes maar zeker weg ebde.
Treedt binnen, wees welgekomen in mijn virtuele persona…

Valenfijn

14 februari, Valentijn.
Een dag vol chocoladepasteitjes, liefdevolle kaartjes, verliefde koppeltjes hand in hand kuierend door de drukke winkelstraten, een dag die me voorheen deed walgen!
Nooit eerder had een jongen die ik zogenaamd liefhad het romantische gen in zich of was hij het waard om te vieren wat er klaarblijkelijk niet was tussen ons beiden.
Maar dit jaar is alles anders, deze prins draafde mijn saaie leven binnen goed voorzien van oren en poten en vooral van de juiste genen om er een perfecte magische Valentijn van te maken. Al maanden pruttelde het in mijn hersenpannetje, op zoek naar een verlicht cadeau, eentje dat de magische taferelen die ik als klein meisje op het beeldscherm bewonderde in werkelijkheid omzette. In mijn hoofd ben ik één groot cliché (maar zwijg stil dit blijft ons geheim, tussen pen en papier). Ik had het perfecte beeld geschetst in mijn hoofd: duistere woonkamer, een pad van kaarsjes kronkelend over de vloer die mijn geliefde de weg verlicht naar een buffet van sushi op mijn naakte lichaam, oosterse muziek die ons in hogere sferen brengt, verwonderde oogjes en laaiende passie. Een huiskamer gevuld met magie en romantiek.
Met zweethandjes, bonzend hart en guitige oogjes schoof ik de voordeur open, waar een lege gang me begroette. “ hij heeft zich weer achter de voordeur verstopt” dacht ik.
Ik schrok me dan ook een hoedje toen hij vanuit een berg jassen plots voor mijn neus opdook en me breed lachend een gelukkige Valentijn wenste. En het bonzen ging maar door...
Ik werd onmiddellijk in quarantaine geplaatst in de gang terwijl hij geheimzinnig de deur achter zich sloot en verdween? (beter dan op toilet dacht ik nog)
Een tafel boordevol kadootjes! Als een prinses werd ik overladen met liefdevolle attenties, één voor één, stuk voor stuk weldoordacht. Ik keek ernaar en dacht hij snapt me, de eerste die weet wie ik ben, hoe ik denk, wat ik leuk vind en wat liefde is…
Liefde is: elkaar kussen geven, lekker samen eten, samen een badje nemen, en niet naar retro acid gaan? ;)
Er lag ook een schattig kaartje en perkament mijn de zoetste en meest waardevolle woorden op de tafel, ik werd er zowaar stil van het raakte me tot in mijn diepste ik, elk sproetje van mijn sterrenhemel ging aan het dansen en mijn mascara ging naar de haaien. *knuffel knuffel*
De tederheid en traantjes drupten ervan af.
Ik verblijdde mijn moefie met de camera waarvan ik wist dat hij deze graag wenste, zijn oogjes fonkelde en het kleine jongetje in hem was blij met zijn nieuwe speeltje.
We smulden samen van hartvormige boterhammetjes en trokken kortstondig de stad in.
Een bende boefjes van de ksa ontvoerde ons voor een opdracht en één van die koters ging door de knieën (huwelijksaanzoek? ) “heeft jouw vader een snoepjeszaak, want je bent om van te snoepen!” Ik ben stevie’s kleine bonbon, dacht ik bij mezelf, nam mijn mon cherieke bij de hand en trok glunderend op aardbeienjacht.
De vlindertjes in mijn buik vierden hoog tij, want enkel zij wisten wat er die avond nog volgen zou. Na een beetje tv kijken en een lekker oosters soepje, was het mijn beurt om als een dief in de nacht mijn “gemene” plan in werking te zetten. Ik liet mijn arme wederhelft aan zijn lot over en creëerde een sprookjesachtige atmosfeer vol kaarsen en lekkernijen, waarvan ik hoopte het lekkerste te zijn. Ik sloot mijn ogen absorbeerde de rustgevende muziek, kwam tot rust en liet mijn lieverd smullen. Wat zag hij er verrukkelijk uit met zijn dotjes en waaiertje in de hand,vlijtige stokjes in de aanslag, en sushi zover mijn huid strekte. Tast toe!
Hij had vast grote honger, want hij kuste me op elk plekje en we verdronken in elkaar bij een oase van kaarslicht. Een romantisch tafereel in ons eigenste liefdesverhaal, waarbij pauze en rewind mijn favoriete knopjes zijn. Ik genoot van de puurheid, het flakkerende licht, de warmte van onze lichamen en besef dat de herinnering die ik later zal hebben aan mijn eerste Valentijn eentje zal zijn die niet te omschrijven is en enkel gekend is door twee geliefden: hij & ik! Ik waande me een pretty woman.
Tevens ook hoofdstuk twee van onze avond, een romantische film die we samen bekeken genietend van een theetje, sigaretje en een warme blanky die onze snuggle nog gezelliger maakte. Een woord is een woord, nog steeds klevend in de rustgevend sfeer, ons wanend in een spa-resort genoten we van elkaars naaktheid bij kaarslicht en deugddoende massage met warme massage-olie. Kleine extase ten opzichte van datgene dat nog zou volgen, flikkerflakker, onze passie wakkerde aan zoete lippen die elkaar streelden en een zetel die ons beiden lonkte. Glimmende olie op onze lichamen, bonzend hart en veel verlangens. We verloren onszelf in het moment, in elkaar. Het hoogtepunt van onze romantische film. Ik heb genoten met volle teugen van Steve, mijn lekker snoepje, zoeter dan de chocoladefondue die volgde. Nog even samen voor de buis, een kort bedverhaaltje en de feeërieke dag was helaas ten einde. Toen ik daar in het donker in zijn armen lag, dacht ik nog bij mezelf dat alles wat ik als klein meisje me voor ogen hield als de perfecte man en de perfecte relatie, dat datgene zich nu naast me lag, warme lucht in mijn nek blies en me stevig vasthield. Valenfijn is een mooie dag, maar onze liefde is tijdloos.
“Bedankt voor al dat moois” fluister ik en speelde de film opnieuw.