Voor mijn pad het jouwe kruiste, had ik van liefde geen kaas gegeten.
Ik strompelde maar wat, bij jou kan ik flaneren, ik voelde niets, nu voel ik wat ware liefde zou moeten heten. Tot op een dag, een zachte kaasgeur mijn neus tot orgasmische hoogtes bracht, en voor me stond jij met een oogverblindende lach. Een verschijning zo onbekend en innemend tegelijk. Je sprak geen woord, maar stilte naast jou voelde even mooi dan praten.
Ik las je ogen, je lach en was volledig verknocht aan dit nieuwe hoofdstuk van een nog ongeschreven boek. Onzeker over hoe de plot zou lopen nam ik de pen in mijn hand en liet me blindelings geleiden, door mijn hart, door jouw hand, elk woord door en voor jouw geschreven. Ik verlangde naar je, elk sproetje op jouw snoetje was een zaad van mijn voorbestemde honger naar u. Ik wil smullen van uw verpakking, van uw inhoud, daar waar emotie en genot hand in hand samengaan. Ik wil u voelen, beroeren, je gaar koken in kussen, ik wil je bezetten als een stilstaande maan, altijd bij je wakker liggen, ik wil elke kwelling van je gemoed plunderen; me verhangen in je stem en aanraking, nooit meer verliezen wie je bent...
en daar vinden wie ik ben...
dinsdag 24 maart 2009
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten